woensdag 29 augustus 2012

En als we het nou eens gewoon over liefde hebben?


Waarom lijkt het zo makkelijk om cynisch te zijn, onverschillig? Achteloos en onopmerkzaam voor de wereld om ons heen, voor de kleine wondertjes die er soms zijn, voor de schoonheid van het leven om ons heen?
Waarom sluiten we ons vaak af voor mensen om ons heen? Negeren we een onuitgesproken uitnodiging, veroordelen we en nemen we afstand in plaats van dat we verbinding aangaan.

Ik denk dat als we dat doen we het doen uit angst. Angst dat de ander ons niet ziet of hoort, ons zal veroordelen of cynisch benaderen. Angst dat ons verlangen om verbonden te zijn niet herkend wordt.
Ik ga ervan uit dat we allemaal graag willen voelen, merken dat we verbonden zijn met anderen. Dat is volgens mij een verlangen dat ons al bindt. Samenzijn. Herkenning vinden. Contact voelen. Dus: onze angst dat ons verlangen naar verbinding niet vervuld wordt doet ons afstand nemen waardoor het verlangen zeker niet vervuld wordt.

Beetje ingewikkelde en ineffectieve manier van doen.

Laten we het weer eens gewoon over liefde hebben.

Laten we ons gewoon voornemen dat we ons openstellen; nieuwsgierig naar wat er is of kan zijn. Wat we tegenkomen, wie we ontmoeten, wat we leren, hoe we verbonden zijn. 

Hoe we daardoor zelfs onze angst leren kennen, ons verbinden met de angst om niet verbonden te zijn.

Een mooie tekst over je openstellen voor liefde vond ik bij Paulo Coelho:
 

'Je blijven openstellen voor de liefde

Er zijn van die momenten waarop we iemand van wie we veel houden, heel graag zouden helpen maar niets kunnen uitrichten. Of de omstandigheden sluiten de weg naar de ander af, of de persoon zelf sluit zich af voor ieder gebaar van solidariteit of hulp.
Dan rest ons slechts de liefde. Op momenten waarop alles nutteloos is, kunnen we altijd nog liefhebben – zonder beloning of dank te verwachten, of te hopen dat er iets veranderen zal.Als we op die manier kunnen handelen, begint de liefdesenergie het universum om ons heen te veranderen. Die energie stelt ons in staat om alle problemen te overwinnen.
‘Niet de tijd verandert de mens, niet de kracht van de wil verandert de mens. De liefde wel’, zegt Henry Drummond.
Ik las in de krant over een kind in Brasilia, dat door zijn ouders zo geslagen was dat het niet meer bewegen of praten kon.Opgenomen in het ziekenhuis werd het verzorgd door een verpleegster die iedere dag zei: ‘Ik hou van je.’Ook al verzekerden de doktoren haar dat het kind haar niet hoorde, en dat het dus verspilde moeite was, toch ging de verpleegster door met alsmaar te zeggen: ‘Ik hou van je, en niet vergeten, he`!’
Drie weken later kon het kind zich weer bewegen, en vier weken later begon het weer te praten en te lachen. De verpleegster heeft nooit interviews gegeven, en de krant heeft nooit haar naam genoemd – maar hierbij staat het genoteerd, opdat wij nooit vergeten dat liefde geneest.
Liefde verandert, liefde heelt. Maar soms is liefde dodelijk, en verwoest ze iemand die zich volledig in haar armen stortte. Wat een complex gevoel is dat toch, liefde, de enige reden ten slotte om te blijven leven en te strijden om weer beter te worden.
Het zou onverantwoord zijn om te pogen haar hier te definiëren, omdat ik de liefde, net als alle andere menselijke wezens, alleen maar kan voelen. Duizenden boeken zijn erover geschreven, duizenden theaterstukken en films zijn erover gemaakt, er zijn gedichten over op papier gezet, ze is uitgebeeld in hout en marmer, en toch is alles wat een kunstenaar kan overbrengen het idee van een gevoel – en niet dat gevoel zelf.
Maar ik heb geleerd dat dit gevoel aanwezig is in de kleine dingen, zich laat zien in het kleinste gebaar, dus moeten we de liefde altijd in ons achterhoofd hebben wanneer we iets doen of juist nalaten te doen.
De telefoon pakken en lieve woordjes zeggen dat er maar niet van kwam. De deur opendoen voor iemand die onze hulp nodig heeft. Een baan aannemen. Een baan opzeggen. De beslissing nemen die we alsmaar voor ons uit schuiven. Vergiffenis vragen voor een fout die we begingen en waar we nog steeds over tobben. Opeisen waar we recht op hebben. Naar de bloemist gaan, wat belangrijker is dan naar de juwelier. De muziek hard zetten als je geliefde ver weg is, en de volumeknop laag draaien als ze dicht bij je is. ‘Ja’ kunnen zeggen, en ‘nee’, want liefde heeft met alle soorten energie van de mens te maken. Een sport vinden die je samen kunt gaan doen. Geen enkel advies opvolgen, zelfs niet die welke in deze alinea staan – want liefde vraagt om creativiteit.
En als niets van dat alles mogelijk is, als ons alleen maar eenzaamheid rest, ons dan het verhaal herinneren dat een lezer me eens toestuurde:
‘Een roos droomde nachten lang over de bijen die maar niet kwamen. Ze droomde en droomde, en in die lange nachten stelde ze zich een hemel voor waar duizenden bijen vlogen die op haar blaadjes landden en haar heel teder kusten. Op die manier hield ze het telkens vol tot de volgende dag, als ze bij het eerste licht van de zon haar bloem weer opende. Op zekere avond vroeg de maan, die wist van de eenzaamheid van de roos: “Ben je het wachten niet moe?”“Misschien. Maar ik mag het niet opgeven.”“Waarom niet?”“Omdat ik verwelk als ik niet openga.” 
Op momenten waarop eenzaamheid al onze schoonheid lijkt te verpletteren, is er maar één manier om ons daartegen te verzetten: ons blijven openstellen Paulo Coelho
uit: Als een rivier  
 Waarom niet meteen, nu, beginnen? Hoe zou de wereld eruit zien als we allemaal vriendelijk en     nieuwsgierig naar elkaar zouden zijn?

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen