“Dankbaar moet je zijn, nederig en klein”; wie kent nog het liedje
van Robert Long uit de jaren zeventig van de vorige eeuw? De tijd dat je door
je ouders letterlijk om je oren werd geslagen om dankbaar te zijn. ‘Zeg eens
netjes dank je wel’.
Dankbaar: dat had iets te maken met ‘verschuldigd zijn’ met ‘zo
hoort het’ met, inderdaad, nederig en klein zijn tegenover een groter iets of
iemand. Vaak in een religieuze context.
Ik had er een hekel aan, dat dankbaarheids- gedoe. Omdat niet gevraagd werd naar wat ik er nou ECHT van vond, ik werd geacht te doen ‘wat hoort’. Je krijgt iets aan geboden en zegt netjes dank je wel. Het werd zelfs niet gewaardeerd wanneer je zei dat je het eigenlijk niet leuk vond (gekregen kleren), niet lekker (de andijvie van je oma).
Ik had er een hekel aan, dat dankbaarheids- gedoe. Omdat niet gevraagd werd naar wat ik er nou ECHT van vond, ik werd geacht te doen ‘wat hoort’. Je krijgt iets aan geboden en zegt netjes dank je wel. Het werd zelfs niet gewaardeerd wanneer je zei dat je het eigenlijk niet leuk vond (gekregen kleren), niet lekker (de andijvie van je oma).
Het leerde mij dat ‘zo hoort het’ voorrang
krijgt op ‘zo voelt het’ en ook dat dankbaar verbonden was met; niet vrij zijn.
En, misschien wel het belangrijkste: dankbaar is verbonden met jezelf kleiner
maken dan je bent.
Een woord wat ik om al die redenen eigenlijk niet graag
gebruikte.
